Gods Woord open

Woensdag in de zevende week van Pasen – 27 mei

Uit de Handelingen der apostelen

In die dagen zei Paulus tot de oversten van de Kerk van Efese: Geeft acht op uzelf en op heel de kudde, waarover de heilige Geest u tot leiders heeft aangesteld om Gods Kerk te hoeden, die Hij zich verwierf door het bloed van zijn eigen Zoon.
Ik weet dat er na mijn vertrek grimmige wolven bij u zullen binnendringen, die de kudde niet zullen sparen, en dat ook uit uw eigen midden mannen zullen opstaan, die verkeerde dingen zullen verkondigen om de leerlingen mee te krijgen. Weest daarom waakzaam en vergeet niet, dat ik onophoudelijk drie jaar lang dag en nacht ieder van u onder tranen het goede heb voorgehouden. En thans vertrouw ik u toe aan God en aan het woord van zijn genade, dat de macht bezit op te bouwen en u het erfdeel te verlenen met alle geheiligden. Zilver, goud of kleding heb ik van niemand verlangd. Gij weet zelf, dat deze handen voorzien hebben in mijn eigen behoeften en in die van mijn gezellen. In alles heb ik u getoond, dat men door zo te arbeiden de zwakken te hulp moet komen en dat gij de woorden van de Heer Jezus indachtig moet zijn. Hij heeft immers gezegd: Het is zaliger te geven dan te ontvangen.’
Na deze woorden knielde hij met allen neer en bad. Allen begonnen luid te wenen, vielen Paulus om de hals en kusten hem, vooral bedroefd omdat hij gezegd had, dat ze hem niet meer zouden terugzien. Daarna deden ze hem uitgeleide naar het schip.

Lezingen van vandaag

Op Pinksteren vieren we het feest van de Kerk die immers bezield wordt door de Heilige Geest die over haar is uitgestort. Als Kerk leven wij vanuit de genadegaven van de Geest. Maar daarmee leven we hier en nu nog niet in een soort van paradijs.

Daarom horen we sint Paulus de christenen oproepen om waakzaam te zijn. Niet alleen is de wereld verre van volmaakt: grimmige wolven dringen binnen om de kudde, de kerk van Christus, af te maken. Maar het is zelfs erger: er zullen ook mensen vanuit de kerk zelf zijn die verderf zaaien door leerlingen te misleiden en van het rechte pad van Christus af te brengen. Als dat zo is, dan is inderdaad waakzaamheid geboden.

Dit is van alle tijden, dus ook van de onze. Er worden ook vandaag de dag keuzes gemaakt die niet persé de onze zijn. Soms zijn die misschien gebaseerd op verkeerd inzicht of soms zelfs op misleiding. Niet dat we met de vinger hoeven te wijzen, maar we moeten wel waakzaam zijn én iets anders doen.
In ons geloof staat Christus centraal. Hij laat zien wie God zijn Vader voor ons wil zijn, wat voor ons nodig is om te groeien als kind van God, en hoe onze gemeenschap moet zijn. Hij is de toets voor alle spreken in de Kerk en de toets voor onszelf. Of wij ons laten leiden door Hem.

Als de dingen om ons heen onbegrijpelijk of zelfs absurd lijken, dan moeten we één ding bedenken. Kerk zijn we niet op eigen kracht. Dat kunnen wij niet; persoonlijk niet, maar ook niet meer meerdere gelijkgestemden. De Heer laat ons hierin echter niet alleen. Op Pinksteren vieren we dat Hij zijn geestkracht geeft. Onze gemeenschap, de Kerk en wijzelf als haar ledematen, wordt bezield door de Heilige Geest. Ons spreken, ons handelen, ons vieren en ons bidden worden zinvol en krachtig door die Geest.

Al begrijp ik er niks van, Hij geeft zijn Geest. En om die Geest moeten we blijven bidden. Juist in deze tijd waarin wij wegen moeten zoeken om vorm te geven aan ons kerk-zijn. Bidden we zo voor onszelf en onze leiders.

Kom, Heilige Geest, vervul de harten van uw gelovigen, en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.
Zend uw Geest uit, en alles zal worden herschapen. En Gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
Laat ons bidden.
God, Gij hebt de harten van uw gelovigen door de verlichting van de Heilige Geest onderwezen.
Geef dat wij door dezelfde Heilige Geest de ware wijsheid mogen bezitten, en ons altijd over zijn vertroosting mogen verblijden.
Door Christus, onze Heer. Amen.


Woensdag in de zesde week van Pasen – 20 mei

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu niet verdragen. Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen; Hij zal niet uit zichzelf spreken, maar spreken al wat Hij hoort en u de komende dingen aankondigen.
Hij zal Mij verheerlijken, omdat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. Ik zei dat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft, omdat al wat de Vader heeft het mijne is.

Lezingen van vandaag

Jezus kondigt de Geest aan. De Heilige Geest, God zelf, zal zijn volgelingen bijstaan en ‘tot de volle waarheid brengen’. Jezus laat zijn volgelingen niet in het duister tasten. Hij brengt ze tot het licht, Hij brengt ze naar zichzelf. Hij zelf is het licht van de wereld, Hij is de weg, de waarheid en het leven.
En dat heeft Jezus waargemaakt. De Heilige Geest is over Maria en de apostelen uitgestort en is bij zijn Kerk gebleven tot op de dag van vandaag. De Heilige Geest heeft ons het Nieuwe Testament geschonken. De Heilige Geest heeft voor ons de katholieke leer ontvouwd. De Heilige Geest heeft ons duizenden heiligen gegeven als voorbeelden van gelovig christelijk leven. De Heilige Geest heeft ons de liturgie geschonken die zich doorheen de eeuwen ontwikkeld heeft.

Ook nu leidt de Heilige Geest de Kerk. Dat is wel eens moeilijk te geloven wanneer we zien dat mensen in de Kerk proberen de wereld te behagen en over Christus zwijgen. Tot aan de hoogste leiders toe lijken christenen zich in bochten te wringen om vooral niet wereldvreemd te lijken en om acceptabel te zijn voor de heidense jury van wie mee mag doen in het openbare debat. Daarbij sneuvelt het getuigenis over de verrezen Heer helaas maar al te vaak.

Laten wij trouw zijn in het vertrouwen in Christus. Laten wij Hem op zijn woord geloven, en dus vertrouwen dat de Heilige Geest ook nu zijn Kerk nabij is. De dood heeft Jezus niet weerhouden de Verlosser van de mensen te zijn. Integendeel. Ook menselijke ontrouw zal de Heer niet kunnen stoppen. Hij is onze enige hoop.


Woensdag in de vijfde week van Pasen – 13 mei

Uit de Handelingen der apostelen

In die dagen waren enige mensen die van Judea waren gekomen en aan de broeders de leer verkondigden: ‘Indien ge u niet naar Mozaïsch gebruik laat besnijden, kunt ge niet gered worden.’
Toen hierover strijd ontstond en Paulus en Barnabas in een felle woordenwisseling met hen raakten, droeg men Paulus en Barnabas en enkele andere leden van de gemeente op met deze strijdvraag naar de apostelen en oudsten in Jeruzalem te gaan. Nadat hun door de gemeente uitgeleide was gedaan, reisden zij door Fenicië en Samaria, waar ze alle broeders grote vreugde bereiden door te vertellen van de bekering der heidenen.
Bij hun aankomst te Jeruzalem werden zij ontvangen door de gemeente, de apostelen en de oudsten en zij verhaalden alles wat God met hun medewerking tot stand had gebracht. Maar enige gelovigen, afkomstig uit de partij der Farizeeën, stonden op en verklaarden, dat men hen moest besnijden en hun opleggen de Wet van Mozes te onderhouden.
De apostelen en de oudsten kwamen dus bijeen om deze zaak te bezien.

Lezingen van vandaag

In het tiende hoofdstuk van de Handelingen ontdekt de apostel Petrus in een visioen dat de heidenen ook geroepen zijn tot het heil, omdat voor God niemand onrein is. Daarom doopt hij de heidense honderdman en heel diens huishouden. Voor ons, voor het merendeel afkomstig uit het heidendom, is het vanzelfsprekend dat wij er ook bij horen.

Maar uit de lezing van vandaag, vijf hoofdstukken verder, blijkt dat niet alle leerlingen van de Heer daarvan overtuigd waren. Sommigen waren van mening dat nieuwe gelovigen eerst lid moesten worden van het Joodse volk en geloof. Dit leidt tot een felle strijd. Uiteindelijk wordt op het allereerste concilie van de Kerk in Jeruzalem beslist, dat de heidenen niet eerst Joods hoeven te worden.

Niet etniciteit, het behoren tot een volk, is bepalend, maar het behoren bij Christus. Dus niet de besnijdenis, maar het doopsel. Voor ons is dit zo normaal, dat we zouden kunnen vergeten dat ons kind-van-God-zijn alles te maken heeft met Gods genade die natuurlijke grenzen overschrijdt.

Het is goed om hierop alert te blijven. Want voor je het weet, kun je verstrikt raken in een goddeloos wij/zij-denken: Wie is welkom? Aan welke criteria moet iemand voldoen om toegelaten te worden (en niet alleen tot het doopsel)? Als zoiets in onze kerkgemeenschap zou binnensluipen, dan hebben we een groot probleem. Want wij zijn niet de maat der dingen, Christus is maatgevend. Wij zijn geroepen om met Hem verbonden te leven als ranken aan de wijnstok. Niet omwille van afkomst of verdienste, maar omwille van zijn genade.


Woensdag in de vierde week van Pasen – 6 mei

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd verklaarde Jezus met luider stem: ‘Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Mij, maar in Hem die Mij gezonden heeft; en wie Mij ziet, ziet Hem die Mij gezonden heeft. Als een licht ben Ik in de wereld gekomen, opdat al wie in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft.
Indien iemand mijn woorden hoort zonder ze te onderhouden, dan veroordeel Ik hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen, maar om de wereld te redden. Want wie Mij verwerpt en mijn woorden niet aanvaardt, heeft reeds iemand die hem veroordeelt: het woord dat Ik gesproken heb, dat zal hem veroordelen op de laatste dag. Ik heb immers niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader die Mij gezonden heeft. Hij heeft Mij opgedragen wat Ik moet zeggen en verkondigen. Ik weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent. Wat Ik dus verkondig, verkondig Ik zoals de Vader het Mij gezegd heeft.’

Lezingen van vandaag

Jezus zegt: ‘Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Mij, maar in Hem die Mij gezonden heeft; en wie Mij ziet, ziet Hem die Mij gezonden heeft.’ God, de Schepper die ons allen het leven heeft gegeven, die ons naar zijn beeld en gelijkenis heeft geschapen, hoeft voor ons geen onbekende te zijn. Mensen zeggen wel eens dat je over God niet veel kunt zeggen, omdat niemand God heeft gezien. Maar Jezus leert ons iets anders. Wij kunnen God namelijk kennen door naar Jezus te kijken. Kort gezegd: wie Jezus ziet, ziet God.

Hij is dus de God van de menswording. Hij heeft ons bestaan gedeeld. God is niet ver weg bij de alledaagse dingen. Op het werk, in het gezin, op school, voor kinderen, volwassenen en ouderen, is God nabij. Wij hoeven nooit te denken dat God ons heeft verlaten. In alle omstandigheden van het menselijk leven is Hij bij ons.

Hij is de God die voor ons heeft willen lijden aan het kruis en die voor ons heeft willen sterven. Alles heeft Hij voor ons overgehad. Zo lief heeft Hij ons. Als we de onvoorwaardelijke en onbaatzuchtige liefde van God willen zien, hoeven we maar naar een kruisbeeld te kijken. Daar zien we God die niets te veel is om ons te redden van de eeuwige dood. Die de dood accepteert om ons het leven te geven.

Hij is de God die ons een moeder heeft gegeven, dezelfde moeder die Hij voor zichzelf had uitverkoren. Maria, moeder van Jezus, moeder van God, is ook moeder van alle gelovigen. ‘Zie daar uw moeder,’ sprak Jezus aan het kruis tot Johannes. En Johannes nam haar bij zich in huis. Zo mogen wij ook Maria bij ons thuis weten. Haar moederlijke liefde en zorg geldt niet alleen Jezus, maar ons allemaal.

Hij is de God van de verrijzenis. Sterker dan de dood is de liefde, zegt het boek Hooglied. En dat is werkelijkheid geworden in Jezus Christus. Jezus is uit de dood opgestaan en zijn liefde voor ons is sterker dan zonde en dood. En dankzij Hem kunnen ook wij met Jezus delen in het leven waar aan geen einde komt: het leven met God.

Jezus zegt: ‘Als een licht ben Ik in de wereld gekomen, opdat al wie in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft.’ Wij hoeven niet in de duisternis van onzekerheid, angst en onwetendheid te leven. Wij kunnen leven in het licht van het geloof, het geloof in Jezus Christus. Want Hij geeft licht aan ons leven. Hij is het Licht van ons leven.